Veelgestelde vragen

Hieronder ziet u een overzicht met de meest gestelde vragen over Valuta voor Veen. Hebt u meer vragen? Neem dan contact met ons op via de contactpagina.

Kan je ook meedoen als je het peil al hoog hebt staan?

Misschien wel, neem daarvoor contact op met de projectleider, Arnoud de Vries

Hoe wordt er om gegaan met een de invloed die een hoger peil heeft op de nabije omgeving (andere boeren, omwonenden)?

Voor deze pilot zoeken we boeren in een afgesloten peilvak, dus met zo min mogelijk effect op de omgeving.

Wat gebeurt er als een hoger waterpeil verplicht wordt gesteld?

Ook dan kan het vermarkten van CO2 – credits een bijdrage leveren aan het inkomen van agrariërs om het verlies van inkomsten door lagere opbrengsten te compenseren.

Voor wie zijn de kosten voor de inrichting (stuwen e.d.)?

In de pilot zijn die kosten voor rekening van het project. In de toekomst zullen daar afspraken over worden gemaakt met Wetterskip Fryslân.

Waarom Valuta voor Veen?

Het broeikasprobleem en de invloed die dit heeft op de beslissingen die we nemen, wordt meer en meer een onderdeel van ons dagelijks leven. Zowel bestuurlijk in het recente regeerakkoord en de klimaatwet als in de praktijk (denk aan duurzame energie etc). In alle sectoren wordt gekeken wat er gedaan kan worden om de CO2-uitstoot te beperken. Ook in het veenweideprogramma van de provincie Fryslân. Vanuit dit programma is er de urgentie om de CO2-uitstoot te verminderen. In het veen liggen immers grote hoeveelheden koolstof opgeslagen. Elke dag dat het veen in contact komt met de lucht komt er koolstof in de vorm van CO2 in de atmosfeer terecht. Alleen al in Fryslân zijn de veenweidegebieden verantwoordelijk voor 30 procent van de totale CO2-uitstoot. Los van de broeikasgassen zijn er nog tal van andere negatieve gevolgen van het verdwijnen van het veen als verzakkende wegen en huizen en het verdrogen van natuurgebieden.

Uitgangspunt voor VvV is dat het veenweidegebied zijn agrarische functie behoud. Een hoger waterpeil (waardoor er minder of geen veenoxidatie optreedt) heeft echter wel gevolgen voor de verschillende aspecten van de bedrijfsvoering van een melkveehouder in het veenweidegebied. Onder andere t.a.v. graskeuze, -productie, -opbrengst, dragend vermogen van de grond etc. etc. Om de inspanning die met een hoger waterpeil gepaard gaat en de (financiële) gevolgen daarvan te compenseren en dit ook voor de buitenwereld inzichtelijk te maken (inzet van de boeren voor een maatschappelijk thema als CO2-emissiereductie) is het plan bedacht voor de CO2-certificaten.

Wat is Valuta voor Veen?

Zet het waterpeil in agrarische gebieden omhoog en voorkom daarmee de uitstoot van CO2. Deze vermindering van CO2-uitstoot kan worden verkocht in de vorm van CO2-certificaten aan bedrijven, overheden en burgers die op vrijwillige basis hun CO2-uitstoot willen voorkomen. Hiermee is VvV een nieuw model waarmee de inkomstenderving van agrariërs kan worden gecompenseerd. Belangrijk uitgangspunt bij VvV is dat de verhoging van het waterpeil plaatsvindt op vrijwillige basis en dat het gebied zijn agrarische functie behoudt.

Wat is veenoxidatie?

Veenoxidatie is een proces waarbij veen, door het verlagen van de grond- en-of oppervlaktewaterstand, blootgesteld wordt aan de lucht, waardoor het oxideert en de bodem inklinkt. Het proces is onomkeerbaar en kan grote gevolgen hebben. Denk bijvoorbeeld aan de aantasting van de fundering van huizen en gebouwen en het verzakken van wegen.

Wat zijn CO2-certificaten?

CO2-certificaten zijn bewijzen dat er een hoeveelheid uitgespaarde CO2-uitstoot (dus niet uitgestoten CO2) is bespaard doordat het waterpeil is verhoogd. Deze certificaten hebben een geldwaarde.

Wat gebeurt er bij veenoxidatie?

Veen dat aan de buitenlucht blootstaat verbrandt langzaam (oxidatie). Ook treedt er krimp en inklinking op. Hierdoor komt het maaiveld steeds lager te liggen. Om deze gebieden toch geschikt te houden voor agrarisch gebruikt, moet het grondwaterpeil steeds verder omlaag. Afhankelijk van het slootwaterpeil wordt het veenpakket van de veengebieden die als landbouwgrond in beheer zijn zo’n 6 tot 12 millimeter per jaar dunner.

Hoe zorgt veen voor CO2-uitstoot?

De totale uitstoot aan broeikasgassen door veenoxidatie in Nederland is 25% van de totale uitstoot aan broeikasgassen door auto’s in Nederland. En oxidatie van veenweidegebieden vormt de grootste bron van emissie uit landgebruik. In Europees verband is afgesproken om aan te geven welke maatregelen worden genomen om emissies uit landgebruik tegen te gaan en wat de trends en ramingen zijn van de emissies voor een langere periode.

Voor hoeveel CO2-uitstoot zorgt veenoxidatie?

De totale uitstoot aan broeikasgassen door veenoxidatie in Nederland is 25% van de totale uitstoot aan broeikasgassen door auto’s in Nederland. En oxidatie van veenweidegebieden vormt de grootste bron van emissie uit landgebruik. In Europees verband is afgesproken om aan te geven welke maatregelen worden genomen om emissies uit landgebruik tegen te gaan en wat de trends en ramingen zijn van de emissies voor een langere periode.

Wat zijn de gevolgen van veenoxidatie voor de verschillende sectoren?

Landbouw

Veel gebieden die gevoelig zijn voor bodemdaling worden gebruikt voor de melkveehouderij. Voor de melkveehouderij in het veenweidegebied is het huidige peilbeheer van belang om zonder aanpassingen te kunnen functioneren. Het huidige peilbeheer (drooglegging) veroorzaakt echter bodemdaling.

Natuur

Door veenoxidatie ontstaan hoogteverschillen waardoor verdroging optreedt. Ook ontstaat vermesting door de veenafbraak, evenals baggervorming. Hierdoor wordt de natuurkwaliteit negatief beïnvloed. Natuurwaarden die samenhangen met het veenweidelandschap staan door bodemdaling onder druk (zie ook landschap).

Waterbeheer

De klink-, krimp- en oxidatieprocessen verlopen binnen een veenpolder niet overal even snel en gelijkmatig. Dit heeft niet alleen te maken met de wisselende samenstelling van de grond en dikte van het veenpakket, maar ook met het feit dat door verschillend gebruik, de diverse percelen binnen een veenpolder uiteenlopende eisen aan de waterstand stellen: niet voor ieder perceel is dezelfde waterstand nodig. Dit betekent dat de daling van de bodem en daarmee de hoogte van het maaiveld lokaal erg uiteen kan lopen. Daardoor zijn er steeds meer waterpeilen nodig om een gebied landbouwkundig optimaal te kunnen blijven benutten. Het waterbeheer wordt hierdoor complexer en duurder. Complexer omdat het moeilijk realiseren is en er zijn steeds meer apparaten, machines (bijvoorbeeld pompen e.d.) nodig.

Landschap

Aanhoudende bodemdaling zorgt ervoor dat het veenpakket steeds dunner wordt en zonder ingrijpen op termijn het bijzondere karakter van het veenweidegebied verdwijnt. Het veenweidelandschap is uniek omdat hier in één van de dichtstbevolkte gebieden van de wereld het platteland nog grotendeels middeleeuws van inrichting is. Dit landschap is dan ook op lokaal, regionaal en nationaal niveau een ‘waardevol’

Waterveiligheid

Door zakking van maaiveld en veendijken neemt de kans op overstromingen flink toe. Door klimaatverandering zal dit nog verergeren door hogere piekafvoeren van de rivieren en een stijging van de zeespiegel. Er ontstaat een cumulatief effect door zowel hogere piekafvoer als bodemdaling.

Klimaat

Veenoxidatie zorgt er niet alleen voor dat de effecten van klimaatverandering groter zullen zijn, het levert ook zelf een bijdrage aan klimaatverandering.

Waterkwaliteit

Door veenoxidatie komen grote hoeveelheden nutriënten vrij, die zowel het grond- als oppervlaktewatersysteem belasten, waardoor waterschappen en provincies in deze gebieden maar moeilijk in staat zijn om de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) doelstellingen te behalen.

Schade aan bebouwing en infrastructuur

Door daling van de bodem kan schade ontstaan aan bebouwing en infrastructuur. Het voorkomen of herstellen van deze schade brengt hoge kosten met zich mee.

Wat gebeurt er als het veen nat is?

Onder natte omstandigheden vindt geen veenafbraak meer plaats, ook vindt er geen bodemdaling meer plaats. Bij een zeer hoog waterpeil verschijnen planten zoals riet en veenmossen, die het veen laten groeien.

Waar is het testperceel van Valuta voor Veen?

Op dit moment is het nog niet bekend welk perceel gebruikt zal worden voor de test. Op de websites van de projectpartners kunt u het laatste nieuws volgen op het gebied van Valuta voor Veen.

Wanneer wordt het project uitgevoerd?

Op dit moment bevindt het project zich in de voorbereidingsfase. Het is de verwachting dat medio najaar 2018 het testperceel in gebruik wordt genomen. Het gehele Valuta voor Veen project wordt voor eind 2019 afgerond.

Wie voert Valuta voor Veen uit?

Valuta voor Veen is een project van de Noardlike Fryske Wâlden, It lege Midden, Projecten LTO Noord en de Friese Milieu Federatie in opdracht van de Provincie Fryslân.

Waar kan ik CO2-certificaten kopen?

CO2-certificaten zullen worden verkocht op www.koolstofbank.nl . Advies is om de kanalen van de projectpartners en koolstofbank.nl in de gaten houden voor het laatste nieuws op het gebied van Valuta voor Veen.

Voor hoeveel kan een agrariër een CO2-certificaat verkopen?

Eén van de doelen van het project is het bepalen van een juiste prijs. De prijs van een CO2-certificaat is afhankelijk van vele variabelen. Deze worden tijdens het project allemaal onderzocht. De prognose is dat er voor de zomer van 2018 een juiste prijs is bepaald. De prijs wordt mede bepaald door het LEI.

Hoeveel certificaten worden er ‘geproduceerd’?

Het doel van Valuta voor Veen is om rond de 1000 certificaten te produceren.

Hoe lang duurt het project?

Het project loopt tot eind 2019.

Hoeveel veengrond is er in Fryslân?

In Fryslân is nog relatief veel veengrond. Op de kaart van de Provincie Fryslân kunt u zien waar de veengrond zich bevindt in de provincie.

De paarse gebieden op de kaart zijn veengebieden. Bron: Provincie Fryslân, 2014.

Hoeveel CO2 wordt er bespaart met het project?

Dat is nu nog niet bekend. Daar wordt nog aangerekend. En dat is afhankelijk van de omvang van het perceel waar een hoger waterpeil van toepassing is.